Abdijkerk Thorn

Van kloosterkerk tot stiftskerk tot parochiekerk

De geschiedenis van Thorn begint aan het einde van de 10e eeuw. Graaf Ansfried van Teisterbant sticht, samen met zijn vrouw Hilsondis, een klooster volgens de regel van de heilige Benedictus. Het klooster groeit uit tot een stichting voor hoogadellijke dames met wereldlijke invloed: een stift. Alleen dames van adellijke afkomst worden tot het stift toegelaten. Ze leggen bij hun intrede geen gelofte af maar zijn verplicht deel te nemen aan de getijden en de misvieringen. Ze zijn vrij om de communiteit te verlaten, om te huwen of om in te treden bij een kloosterorde. De stiftsdames hebben en beheren privébezit en ze beschikken over een eigen woning en eigen bedienden. Bovendien ontvangen ze een persoonlijk inkomen; een prebende.

Het oorspronkelijke abdijcomplex is niet meer dan een kleine kerk met daaromheen enkele houten gebouwen. Later wordt het romaanse kerkgebouw vrijwel geheel vervangen door een gotische kruisbasiliek. Rond 1600 zijn er zeventien altaren in de stiftskerk. In 1645 worden vier altaren afgebroken. In de plaats daarvan is in het noordelijk nevenkoor een nieuw altaar gesticht ter ere van 'O.L. Vrouw van de Rozenkrans'. Voor de inwoners zelf wordt een afzonderlijke parochiekerk gebouwd, direct naast de abdijkerk. Deze kerk wordt toegewijd aan de aartsengel Michaël.

Aan het einde van de 18e eeuw vindt een radicale verandering van het interieur van de abdijkerk plaats. Muren worden wit geschilderd, er wordt een nieuwe marmeren vloer gelegd en de pilaren krijgen nieuwe gestucte kapitelen; de abdijkerk krijgt een barok interieur.

Na de Franse inval, in 1797, wordt het stift officieël opgeheven. De abdijgebouwen, het paleis van de abdis en andere eigendommen van het stift worden in beslag genomen, daarna verkocht of afgebroken. Alleen de abdijkerk blijft behouden, ze wordt parochiekerk. De in slechte staat verkerende parochiekerk wordt gesloopt. In 1860 restaureert de Roermondse architect Pierre Cuypers de zwaar beschadigde abdijkerk. Het barokinterieur overleeft de restauratie van de Roermondse architect. Cuypers breekt de torenspits van de abdijkerk af en vervangt die door een massieve neogotische klokkentoren.